
Blog
Bollenplaatvloer in je bedrijfspand? Waarom één rekenregel al jaren voor rechtszaken zorgt
Een kantoorpand dat al jaren zonder problemen in gebruik is. Geen scheuren, geen doorbuiging, niets dat met het blote oog een gevaar verklapt. En toch: op papier voldoet de vloer niet aan de rekenregels van NEN 8700. Is dat een "ernstig gebrek" waarvoor de aannemer moet opdraaien, of is het een theoretisch probleem zonder praktisch gevaar? Die vraag houdt de bouwsector al jaren bezig, en op 25 september 2026 heeft de Hoge Raad er opnieuw over moeten oordelen (ECLI:NL:HR:2026:1560).
Waar komt de onrust vandaan?
De aanleiding ligt bij de instorting van een parkeergarage in Eindhoven in 2017. Onderzoek daarna wees uit dat zogeheten bollenplaatvloeren, een vloerconstructie met holle elementen, onder bepaalde omstandigheden minder draagkrachtig zijn dan aangenomen. Sindsdien worden gebouwen met dit type vloer massaal herberekend aan de rekenregels van NEN 8700, de norm voor de beoordeling van de constructieve veiligheid van bestaande bouw. Bij veel gebouwen blijkt de vloer dan "rekenkundig" niet te voldoen, ook als er in de praktijk nooit iets is voorgevallen.
De juridische kernvraag: wanneer is een gebrek "ernstig"?
In de zaak die leidde tot het arrest van 25 september stelde een waterschap zijn aannemer aansprakelijk voor de bollenplaatvloer in het hoofdkantoor, met een beroep op paragraaf 28 lid 2 sub b UAV-GC. Die bepaling regelt wanneer een opdrachtgever de aannemer ook na afloop van de onderhoudstermijn nog mag aanspreken: dat kan bij een "ernstig gebrek". De aannemer verdedigde zich met het argument dat een rekenkundige afwijking van NEN 8700 niet automatisch gelijk staat aan een reëel instortingsgevaar. Lagere rechtspraak over vergelijkbare bollenplaatvloer-zaken liep uiteen: de ene rechter nam al snel een ernstig gebrek aan, de andere eiste dat de opdrachtgever het daadwerkelijke veiligheidsrisico concreet aantoont, bijvoorbeeld met een proefbelasting.
Wat de Hoge Raad op 25 september 2026 heeft beslist
De Hoge Raad doet twee dingen tegelijk. Eerst bevestigt hij hoe paragraaf 28 lid 2 onder b UAV-GC moet worden gelezen: de eis dat een gebrek alleen door "buitengewone en zeer kostbare voorzieningen" kan worden verholpen, geldt uitsluitend voor de vraag of het werk ongeschikt is geworden voor zijn bestemming. Gaat het om dreigend instorten, dan hoeft dat niet te worden aangetoond: voor die route is al voldoende dat het bouwwerk geheel of gedeeltelijk dreigt in te storten.
Vervolgens grijpt de Hoge Raad in op de manier waarop het hof die instortingsvraag had beoordeeld. Het hof had laten meewegen dat het gebouw, mede dankzij inmiddels genomen maatregelen zoals het ontruimen van werkplekken en het onderstempelen van vloerdelen, in de praktijk niet dreigde in te storten. Dat is volgens de Hoge Raad de verkeerde toets: of instortingsgevaar bestaat, moet worden beoordeeld bij het beoogde, volledige gebruik van het gebouw, dus zonder de al getroffen beperkende maatregelen weg te denken. Ook had het hof onvoldoende gemotiveerd waarom het voorbijging aan de stelling dat de deskundige van de aannemer alleen de eerste verdieping had doorgerekend. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling.
Wat betekent dit voor jou als opdrachtgever, ontwikkelaar of aannemer?
Of je nu opdrachtgever bent van een bouwproject of als aannemer met een bollenplaatvloer-discussie wordt geconfronteerd: documenteer vanaf dag één hoe de constructieve veiligheid is beoordeeld, en laat een rekenkundige afwijking van NEN 8700 altijd beoordelen door een onafhankelijke constructeur voordat je conclusies trekt over aansprakelijkheid. Houd er daarbij rekening mee dat al genomen voorzorgsmaatregelen, zoals een gedeeltelijke ontruiming, niet wegnemen dat er instortingsgevaar kan bestaan bij het volledige, beoogde gebruik van het gebouw — juist dat uitgangspunt is bij de beoordeling doorslaggevend. Een proefbelasting of nadere berekening kan het verschil maken tussen een kostbare procedure en een pragmatische oplossing.
Kortom
De discussie over bollenplaatvloeren is met het arrest van 25 september 2026 weer een stap verder gebracht, maar blijft een technisch en juridisch mijnenveld waarin de feiten net zo zwaar wegen als de norm. Twijfel je of jouw pand of project hiermee te maken heeft? Neem gerust contact met ons op.
Contact
Vastgoed advies nodig?
Wij staan voor u klaar met:
- Diepgaande expertise
- Maatwerkoplossingen
en een - Proactieve aanpak
Heeft u hulp nodig op het gebied van Bouwgeschillen?
Wij zijn gespecialiseerd in Bouwgeschillen en bieden op maat gemaakte juridische strategieën.
Bouwgeschillen
Heeft u advies of vertegenwoordiging nodig op het gebied van bouwgeschillen?
Contact
Vastgoed advies nodig? Wij staan voor u klaar. Wees welkom voor een gratis eerste kennismaking.
