
Blog
Schiphol mocht de aannemer van de A-pier niet zomaar aan de kant zetten
Een vertraagd icoonproject, oplopende kosten, en een opdrachtgever die er genoeg van heeft: het is een scenario dat elk bouwbedrijf kent. Schiphol besloot in november 2021 het contract met aannemerscombinatie BN-TAV voor de bouw van de A-pier eenzijdig te beëindigen. Op 30 juli 2025 oordeelde de Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2025:5463) dat die beëindiging onrechtmatig was - met potentieel miljoenen aan schadevergoeding als gevolg.
Wat was er aan de hand?
Schiphol en BN-TAV sloten in 2018 een overeenkomst voor de bouw van de nieuwe A-pier. Gedurende de uitvoering ontstonden kwaliteitsproblemen die volgens Schiphol niet snel genoeg werden opgelost, en liep de planning uit de hand. Schiphol beëindigde het contract tussentijds. BN-TAV stelde daar tegenover dat een substantieel deel van de problemen voortkwam uit onvolledige of gebrekkige ontwerpinformatie die juist van Schiphol zelf kwam.
De lat voor ontbinding ligt hoog
De rechtbank stelt voorop dat tussentijdse beëindiging van een grootschalig bouwcontract alleen gerechtvaardigd is bij een tekortkoming die daadwerkelijk zwaarwegend is. Een deel van de door Schiphol aangevoerde gebreken bleek ongegrond of was alsnog verholpen; de resterende tekortkomingen waren naar het oordeel van de rechtbank niet van dat gewicht. Minstens zo belangrijk: de rechtbank weegt uitdrukkelijk mee dat Schiphol zelf met een onvolledig uitgewerkt ontwerp was gestart. Ontwerprisico's horen in de kern bij de opdrachtgever, niet bij de aannemer die slechts uitvoeringstekeningen moest maken.
Wie draagt het bewijs?
De bewijslast voor een gerechtvaardigde ontbinding ligt bij de partij die zich daarop beroept - in dit geval Schiphol. Dat is geen formaliteit: de rechtbank toetst serieus of de gestelde tekortkomingen de ontbinding daadwerkelijk kunnen dragen, en laat zien dat "we waren het zat" geen juridische ontbindingsgrond is.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers en bouwbedrijven?
Voor gemeenten, luchthavens en projectontwikkelaars die grote bouwcontracten aansturen, is dit vonnis een waarschuwing: een tussentijdse beëindiging zonder stevig onderbouwd dossier kan zich vertalen in een forse schadeclaim van de aannemer, zeker wanneer je als opdrachtgever zelf een rol hebt gespeeld in de vertraging. Voor bouwbedrijven is de uitspraak juist een steun in de rug bij onterechte verwijten: wanneer een opdrachtgever het eigen ontwerprisico probeert af te wentelen door het contract te beëindigen, biedt dit vonnis een concreet aanknopingspunt om daar iets tegenover te zetten.
Kortom
Ontbinding van een bouwcontract is geen vrijblijvende escape-route wanneer een project uit de hand loopt. De tekortkoming moet zwaarwegend zijn, het eigen aandeel van de opdrachtgever telt mee, en de bewijslast ligt bij wie wil ontbinden. Sta je als opdrachtgever voor die keuze, of ben je als bouwbedrijf geconfronteerd met een beëindiging die je onterecht vindt? Neem gerust contact met ons op.
Contact
Vastgoed advies nodig?
Wij staan voor u klaar met:
- Uitstekende expertise
- Maatwerkoplossingen
en een - Proactieve aanpak
Heeft u hulp nodig op het gebied van Bouwgeschillen?
Wij zijn gespecialiseerd in Bouwgeschillen en bieden op maat gemaakte juridische strategieën.
Bouwgeschillen
Heeft u advies of vertegenwoordiging nodig op het gebied van bouwgeschillen?
Contact
Vastgoed advies nodig? Wij staan voor u klaar. Wees welkom voor een gratis eerste kennismaking.
